
Wet verontreiniging oppervlaktewateren
Artikel 22
1
Indien door de heffingplichtige aannemelijk is gemaakt dat het aantal vervuilingseenheden met betrekking tot het zuurstofverbruik in een kalenderjaar voor een bedrijfsruimte of een onderdeel daarvan, die hij gebruikt, 1000 of minder bedraagt, en dat dit aantal aan de hand van de hoeveelheid ten behoeve van die bedrijfsruimte of dat onderdeel van die bedrijfsruimte ingenomen water bepaald kan worden, wordt dat aantal in afwijking van artikel 20, eerste lid, vastgesteld volgens de formule: A X B, waarbij,
A = het aantal m3 in het kalenderjaar ten behoeve van de bedrijfsruimte of het onderdeel van de bedrijfsruimte ingenomen water;
B = de afvalwatercoëfficiënt behorende bij de klasse van de in het derde lid opgenomen tabel met de klassegrenzen waarbinnen de vervuilingswaarde met betrekking tot het zuurstofverbruik per m3 ten behoeve van de bedrijfsruimte of van het onderdeel van de bedrijfsruimte ingenomen water is gelegen.
2
Bij algemene maatregel van bestuur worden nadere regels gesteld voor de bepaling van de vervuilingswaarde met betrekking tot het zuurstofverbruik per m3 ten behoeve van de bedrijfsruimte of het onderdeel van de bedrijfsruimte ingenomen water.
3
De onderstaande tabel bevat klassen met bijbehorende klassegrenzen en afvalwatercoëfficiënten:
4
Indien het aantal vervuilingseenheden met betrekking tot het zuurstofverbruik in een kalenderjaar voor de bedrijfsruimte of onderdeel van een bedrijfsruimte meer dan 1000 bedraagt en door de heffingplichtige aannemelijk is gemaakt dat de berekening van dit aantal overeenkomstig het eerste lid niet resulteert in een lager aantal vervuilingseenheden dan de berekening van dit aantal overeenkomstig artikel 20, eerste lid, is het eerste lid op verzoek van de heffingplichtige van overeenkomstige toepassing.
Jurisprudentie bij dit artikel
- Hieronder wordt een selectie van de bijbehorende jurisprudentie getoond.
-
LJN BI1391, Eerste aanleg - meervoudig, AWB 07/9362 VORHEF AWB 07/9367 VORHEF
Rechtsoort
Belasting
Datum uitspraak
10-03-2009
Status
gepubliceerd
Soort procedure
Eerste aanleg - meervoudig
Instantie
gepubliceerd
Rechtsoort
Rechtbank 's-GravenhageVerontreinigingsheffing Eiseres exploiteert een distilleerderij. Verweerder heeft na 1 januari 2001 (begunstigend) beleid gevoerd door bij het vaststellen van de aanslagen rekening te houden met een door eiser aangegeven hoeveelheid ingenomen/gebruikt water. Eiseres mocht hieraan het rechtens te honoreren... -
LJN BJ3825, Hoger beroep, 08/00144
Rechtsoort
Belasting
Datum uitspraak
12-06-2009
Status
gepubliceerd
Soort procedure
Hoger beroep
Instantie
gepubliceerd
Rechtsoort
Gerechtshof 's-HertogenboschAanslag verontreinigingsheffing oppervlaktewateren terecht opgelegd -
LJN BD2277, Eerste aanleg - enkelvoudig, AWB 07/1991 VORHEF
Rechtsoort
Belasting
Datum uitspraak
20-03-2008
Status
gepubliceerd
Soort procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Instantie
gepubliceerd
Rechtsoort
Rechtbank 's-GravenhageIn artikel 22 van de Wet verontreiniging oppervlaktewateren, junctuo artikel 2 van het Besluit vervuilingswaarde ingenomen water is er niet in voorzien dat de hoeveelheid door een bedrijfsruimte ingenomen water, voordat deze wordt vermenigvuldigd met de afvalwatercoëfficiënt, dient te worden verminderd...